Tag Archives: klimaatverandering

Nano-cluster: Opwarming van de aarde

Nano-cluster: Opwarming van de aarde

De snelle opwarming van de aarde zal leiden tot hongersnood en vluchtelingenstromen. Klimaatvluchtelingen zullen een veilig heenkomen moeten zoeken voor de stijgende zeespiegel. In het jaar 2070 zal bij ongewijzigd beleid de opwarming van de aarde 5000 x sneller gaan dan het tempo waarin rijst- en tarweplanten zich aan kunnen passen. Rijst en Tarwe zorgen voor de helft van alle energie die we als mensen dagelijks nodig hebben.

Continue Reading

Nano-cluster: 6e Uitstervingsgolf

Nano-cluster: 6e Uitstervingsgolf

Door ontbossing en klimaatverandering bevinden we ons in de 6e uitstervingsgolf, zeggen wetenschappers van Stanford University. Van alle soorten planten en dieren die ooit in Nederland voorkwamen is nog maar 15% over.

De grootste oorzaak van het verlies aan biodiversiteit is de veehouderij. Het beste wat we doen kunnen om ontbossing en klimaatverandering tegen te gaan is een einde te maken aan de bio-industrie.

In navolging van de clusterdocumentaire One Single Planet heeft de Nicolaas G. Pierson Foundation nano-clusters gemaakt met onderwerpen als water, landbouw, zoönosen, voedsel, bijensterfte en klimaatverandering. Het doel van de video’s is om problemen aan te kaarten en oplossingen te bieden.

Boek: La Vértité sur le Hamburger

Boek: La Vértité sur le Hamburger

In navolging van de uitgave van ‘Meat the Truth, Essays on Livestock Production, Sustainability and Climate Change’ in Frankrijk is het boek nu ook op de Canadese markt verkrijgbaar. De bundel vormt het vervolg op de documentaire ‘Meat the Truth’ van de Nicolaas G. Pierson Foundation welke inmiddels in 14 taalversies en 18 landen beschikbaar is. ‘La Vérité sur le Hamburger’ zal in verschillende regio’s in Canada verspreid worden.

‘Meat the Truth, Essays on Livestock Production, Sustainability and Climate Change’ bundelt essays van tal van wetenschappers – waaronder Geoff Russell, Daniëlle Nierenberg, Barry Brook en Harry Aiking – die het verband tussen de veehouderij en de opwarming van de aarde in kaart brengen. De Nicolaas G. Pierson Foundation beoogt met deze uitgave een bijdrage te leveren aan het maatschappelijk debat over de consumptie van dierlijke eiwitten in relatie tot het klimaatprobleem.

Boek: Sea the Truth

Boek: Sea the Truth

Het Engelstalige boek Sea the Truth, Essays on Overfishing, Pollution and Climate Changevormt het vervolg op de gelijknamige documentaire, die in mei 2010 in theater Tuschinski in Amsterdam in première ging.

De documentaire Sea the Truth is het vervolg op Meat the Truth, de eerste film van de Nicolaas G. Pierson Foundation en een wereldwijd succes. Meat the Truth liet niet alleen zien dat de veehouderij en bijbehorende vleesconsumptie een enorme invloed hadden op de opwarming van de aarde, maar bood de kijker ook een concrete oplossing. Zo zou het introduceren van slechts één vleesvrije dag per week in Nederland hetzelfde effect hebben op de uitstoot van broeikasgassen, als het van de weg halen van een miljoen auto’s.

Wanneer mensen hun vleesconsumptie verminderen, hebben zij de neiging om juist meer vis te gaan eten. Er wordt ons verteld dat we twee keer per week vis moeten eten, omdat vis zo boordevol gezonde voedingsstoffen zit. Die gezonde stoffen zijn echter ook makkelijk uit andere voeding te halen, terwijl er in vis grote hoeveelheden gifstoffen voor kunnen komen. En, nog belangrijker, de zee is geen ongelimiteerde hoorn des overvloeds die we zonder gevolgen leeg kunnen blijven halen.

De Nicolaas G. Pierson Foundation besloot daarom om het vervolg Sea the Truth te maken. Deze film richt zich op de consequenties van onze honger naar dierlijke eiwitten die afkomstig zijn uit onze zeeën en oceanen. Wereldwijd zijn de oceanen ernstig vervuild door plastic afval en chemische meststoffen. Als gevolg van klimaatverandering en door de mens veroorzaakte uitstoot van kooldioxide verandert de chemische samenstelling van de oceanen, wat leidt tot een toenemende zuurtegraad van het water. De biodiversiteit in de oceanen wordt ernstig bedreigd, de waterkwaliteit verslechtert en vissen raken vergiftigd.

De bundel Sea the Truth, Essays on Overfishing, Pollution and Climate Change is bedoeld als toevoeging  en  vervolg op de documentaire Sea the Truth. Het biedt de lezer een selectie van wat wetenschappers, ngo’s en journalisten hebben gepubliceerd op het gebied van overbevissing, klimaatverandering en vervuiling van onze oceanen en geeft een dieper inzicht in de thema’s van de film. Het bevat bijdragen van, o.a., Daniel Pauly, Catharina Philippart, Charles Moore, Jacob de Boer, Stefan van leeuwen en Harry Aiking. De Nicolaas G. Pierson foundation beoogt met Sea the Truth, Essays on Overfishing, Pollution and Climate Change aandacht te vragen voor de noodzaak om wereldwijd het vangen en consumeren van vis te verminderen.

Sea the Truth, Essays on Overfishing, Pollution and Climate Change
2012 – Paperback – 146 blz. – ISBN 978-94-90034-00-9 – verkoopprijs € 14,95 – Nicolaas G. Pierson Foundation

BESTEL HET BOEK IN ONZE WEBWINKEL

Boek: Meat the Truth

Boek: Meat the Truth

Het Engelstalige boek Meat The Truth, Essays on Livestock Production, Sustainability and Climate Change van de Nicolaas G. Pierson Foundation vormt het vervolg op de documentaire Meat the Truth die in 2008 in Londen gepresenteerd werd en inmiddels in 13 taalversies en 16 landen beschikbaar is.

Continue Reading

Documentaire: Sea the Truth

Documentaire: Sea the Truth

In Sea the Truth staat de conditie van onze zeeën en oceanen centraal. In de film gaan twee jonge marien biologen, Marianne van Mierlo en Barbara van Genne, op verzoek van Marianne Thieme wereldwijd op zoek naar wetenschappelijke informatie over de conditie van onze grootste ecosystemen, die meer dan 2/3 van onze planeet bedekken.

Continue Reading

Opinie: Vleesconsumptie maakt overdreven emotioneel

Opinie: Vleesconsumptie maakt overdreven emotioneel

Het consumeren van vlees doet de emoties van sommigen hoog oplaaien. Met name het zien ervan brengt activisten in beweging. Zoals CDA-Kamerlid en veearts Henk-Jan Ormel die spreekt van “onmenselijk en onnatuurlijk handelen” wanneer terreinbeheerders kadavers niet bestemmen voor menselijke consumptie, maar er kraaien, marters, vossen, buizerds of zeearenden hun voordeel mee laten doen.

Wat zou toch de oorzaak zijn van die emoties? Maar weinig mensen krijgen een brok in de keel wanneer ze een biefstuk op het bord van een mens zien liggen, maar wanneer een hertenbiefstuk verorberd wordt door een zwijn of een vos, kunnen met name jagers en boeren dat niet met droge ogen aanzien.

Hun argumenten zijn zonder uitzondering emotioneel. Net zozeer als huilende boeren die het niet kunnen verkroppen dat hun gezonde dieren geruimd worden (welke plannen hadden ze er anders mee gehad?), of jagers die met enorm mededogen hazen van de verdrinkingsdood redden, lijken mensen die pleiten tegen het laten liggen van kadavers als natuurlijk voedselaanbod de ratio volledig uit het oog te verliezen. De drogreden dat kadavers ziekten zouden verspreiden (en daarmee boeren in de portemonnee zouden kunnen treffen) is door wetenschappers allang naar het rijk der fabelen verwezen.

En gelet op het feit dat mensen in Nederland grofweg 350 miljoen kadavers exporteren en 150 miljoen kadavers verorberen zit er iets selectiefs in de verontwaardiging over die paar kadavers in het bos. De vleesnijd die de carnivoren onder de mensen aanzet tot furieuze reacties wanneer carnivoren uit de dierenwereld zich (met mate) tegoed doen aan herbivoren uit de dierenwereld, doet vermoeden dat er in de zich ontwikkeld voelende mens nog een diepgeworteld oerinstinct schuilt dat gebaseerd is op voedselconcurrentie.

Deze drift kan herleid worden tot vele duizenden jaren geleden. Toen al deden onze voorouders hun uiterste best om ervoor te zorgen dat carnivoren van ‘hun’ vlees afbleven. Met de domesticering van de hond slaagde de mens niet alleen om een voedselconcurrent, de wolf, te overtreffen, maar maakte hij het ook een stuk makkelijker voor zichzelf om aan dierlijke eiwitten te komen met zijn hulp. Zo werd de hond een jachtpartner en ook de hoeder van de wandelende provisiekasten die wij op zeker moment voor de vlees- en melkproductie gingen exploiteren.

Vleesnijd en voedselconcurrentie bieden ook een goede verklaring voor het feit dat honden en andere carnivoren nooit op grote schaal zijn gefokt voor de vleesproductie. Economisch en emotioneel gezien zou het onverstandig zijn om daar energie in te steken.

In sociologisch opzicht kan vlees worden beschouwd als de tastbare belichaming van ons gevoel de natuur te beheersen. Het consumeren van het spierweefsel van andere hoogontwikkelde wezens biedt een krachtig symbool van onze veronderstelde oppermacht over andere levende soorten. De mens is sinds mensenheugenis geneigd om dieren als niet meer dan een natuurlijke hulpbron te beschouwen. Het wordt als vanzelfsprekend beschouwd dat dieren uitsluitend bestaan om ons te kunnen dienen. Dat maakt ook het respecteren van de wettelijke erkenning van de intrinsieke waarde van dieren moeizaam. Hoe kunnen we de ‘eigen waarde’ van het dier , los van z’n nut voor de mens, erkennen, wanneer we de belangen van dat dier per definitie ondergeschikt maken aan de wens van de mens?

Natuurlijk verklaart dit ook de beroering die ontstaat als de rollen plotseling worden omgedraaid als een krokodil, leeuw of haai de euvele moed heeft om een mens te verorberen. Hoewel wij het idee koesteren dat wij een ijzersterkte greep hebben over de natuurlijke wereld, blijft het een gegeven dat we even zo goed een lekkere versnapering kunnen zijn voor andere roofdieren.

In de vooronderstelling van zijn oppermacht, gelooft de mens dat dieren wél hun plek moeten kennen in de sociozoologische hiërarchie. Dieren worden over het algemeen geclassificeerd volgens hun instrumentele én symbolische waarde voor de mens. De individuen die deze sociale orde durven te schenden worden vervolgens gedemoniseerd, achtervolgd en afgemaakt.

De overdreven emotionele respons van sommigen ten opzichte van het laten liggen van kadavers geeft niet alleen blijk van de aanwezigheid van vleesnijd, maar ook van het feit dat in onze samenleving de belangen van in het wild levende dieren op verschillende en conflicterende wijzen worden geconstrueerd en beoordeeld.

Als dieren- en natuurbeschermers zien we graag dat wilde dieren met rust worden gelaten en dat natuurlijke processen hun loop kunnen hebben. Een ruime meerderheid van onze bevolking wil op afstand van deze dieren kunnen genieten met hun ogen en camera’s. Voor jagers worden ze gecategoriseerd louter als een bron van vermaak en voedsel. Geen prooi voor roofdieren, maar voor hen en hen alleen.

Niko Koffeman is voorzitter van de Nicolaas G. Pierson Foundation en tevens lid van de Eerste Kamer voor de Partij voor de Dieren.
Dr. Jo Swabe is sociologe en wetenschappelijke stafmedewerker bij de Nicolaas G. Pierson Foundation.

Opinie: Melkveehouders Vakbond moet boerenverstand gebruiken

Opinie: Melkveehouders Vakbond moet boerenverstand gebruiken

De film Meat the Truth is hard aangekomen bij de Nederlandse Melkveehouders Vakbond (NMV), en dat is begrijpelijk. De film laat de bijdrage zien van de veehouderij aan het klimaatprobleem en die bijdrage is aanzienlijk. Het zal grote inspanningen vergen van de sector om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. Dat is een harde waarheid voor een sector die steeds meer op kostprijs moet presteren. Wat echter minder goed te begrijpen valt; is dat een organisatie van belangenbehartigers zich probeert te verweren op basis van onjuiste argumenten.

Dat is niet in het belang van de melkveehouderij of van het aanzien van de agrarische sector. Het kan zelfs het maatschappelijk debat over de toekomst van de veehouderij schaden. De Nicolaas G. Pierson Foundation heeft een jaar gewerkt om het wetenschappelijke onderzoek van het Profetas project, de Vrije Universiteit, de Wereld Voedsel Organisatie, het World Watch Institute en tal van anderen in kaart te brengen en te vertalen in een publieksfilm.

In de film worden de toponderzoekers van genoemde instellingen zelf aan het woord gelaten, zodat geen enkele twijfel hoeft te bestaan over de correcte weergave van hun onderzoek. Hun conclusies zijn helder: de veehouderij zorgt wereldwijd voor 18% van de uitstoot van broeikasgassen, terwijl alle auto’s, vrachtwagens, schepen en vliegtuigen samen niet meer dan 13% van de uitstoot van broeikasgassen voor hun rekening nemen.

De ongenuanceerde reactie van de NMV als zou er sprake zijn van manipulatie van de feiten of cijfers, of zelfs van leugens, vraagt om een serieuze onderbouwing. Hoewel de NMV zegt te steunen op cijfers van Wageningse onderzoekers, geven deze onderzoekers zelf aan de conclusies van de NMV niet te kunnen onderbouwen. Reden is dat de beweringen zijn gebaseerd op onvolledige berekeningen en onjuiste vergelijkingen. Het lijkt er op dat de NMV niets meer dan een rookgordijn van niet gevalideerde cijfers heeft weten op te trekken. Te hooi en te gras geplukt uit onderzoeksrapporten met een geheel andere insteek, op een wijze die door een van de onderzoekers zelf wordt aangeduid met “het vergelijken van appels met peren”.

In grote lijnen komt de redenering van de NMV hierop neer: grasland en maïsland nemen CO2 op, koeien eten gras en maïs en dus zou er sprake zijn van een “gesloten kringloop”. Hoe geweldig dat ook zou zijn, de werkelijkheid is helaas een andere.

Voor elke kilo melk die de koe levert, produceert ze ook 1,4 kilo CO2 equivalenten. Dat zijn voornamelijk de broeikasgassen methaan en lachgas. Deze uitstoot draagt fors bij aan het broeikaseffect, met name omdat methaan 21 keer sterker is dan CO2 en lachgas maar liefst 310 keer. Een koe produceert op die wijze meer broeikasgassen dan een aantal auto’s bij elkaar. Het Centrum voor Landbouw en Milieu heeft zelfs becijferd dat een koe jaarlijks evenveel broeikasgassen uitstoot als 70.000 autokilometers. De methaan die via pensfermentatie (boeren en scheten) in de lucht komt, kan niet door bomen en planten worden vastgelegd, omdat de verbinding (CH4) te complex is. Het duurt 10 tot 12 jaar om methaan af te kunnen breken en om te zetten in CO2 dat wel door planten zou kunnen worden ‘gevangen’.

De NMV heeft in haar berekeningen deze complexe stoffencyclus niet meegenomen, net zo min als de uitstoot van broeikasgassen door het gebruik van krachtvoer, kunstmestgebruik, machines en koeling. Bovendien rekent de NMV vastlegging van CO2 op gras- en maïsland mee, terwijl deze korte cyclus door wetenschappers als weinig relevant wordt beschouwd. De korte gewascyclus van eenjarige gewassen of snijgewassen wordt daarom in onderzoek naar broeikasgas emissies vaak niet meegenomen.

Wanneer de CO2 binding door het gras wordt afgetrokken van de CO2 eq. uitstoot in de melkveehouderij, resteert de veehouderij nog altijd een aandeel van 54% van alle broeikasgasemissies in de agrarische sector. Dat stelt het RIVM, op zijn minst een betrouwbare bron. Per jaar wordt door de Nederlandse veehouderij een emissie van 8 megaton methaan en 8 megaton lachgas veroorzaakt. Het kabinet heeft zich ten doel gesteld deze uitstoot de komende jaar met de helft te verminderen. Dat is een fikse opgave.

Wanneer melkveehouders de waarheid niet langer zouden ontkennen, maar onder ogen durven zien, zouden ze samen met maatschappelijke partners kunnen werken aan een klimaatvriendelijkere bedrijfsvoering. Bijvoorbeeld door het gebruik van minder kunstmest, minder krachtvoer, een eigen energie-opwekking en vooral via het werken aan kwaliteitsproducten die een eerlijke prijs opleveren. Nederland kan het niet volhouden de melkboer van Europa te willen zijn met marginale bulkproducten. Veehouders zouden hun agrarisch vakmanschap moeten inzetten voor de productie van minder en beter. Melk die minstens de prijs mag hebben van een chique fles mineraalwater. Kaas die milieu- en diervriendelijk geproduceerd wordt en waar een goede prijs voor wordt betaald.
Dierlijke producten zouden niet tegen de laagste prijs aangeboden moeten worden als massale exportwaar. De markt voor regionale kwaliteitsproducten is sterk groeiende. Dáár liggen dus kansen voor duurzame, diervriendelijke producten tegen een eerlijke boerenprijs. In die zin zouden boeren het nieuwe pleidooi voor een kwalitatieve landbouw waarin gezinsbedrijven een goede boterham kunnen verdienen moeten ondersteunen.

Als er al iemand bekritiseerd moet worden voor de problemen waarmee de agrarische sector zich geconfronteerd ziet en die individuele boerengezinnen soms tot wanhoop brengt, dan zouden dat de verantwoordelijken voor het huidige landbouwbeleid moeten zijn. In de afgelopen decennia is een veehouderij tot stand gebracht die niet alleen ons, maar ook toekomstige generaties confronteert met de uitwassen op ecologisch, sociaal en dierenwelzijnsgebied. De architecten van de bio-industrie en de grootschalige veehouderij zijn schuldig aan de problemen voor het agrarisch gezinsbedrijf. Meat the truth laat zien dat het ook anders kan.

Ir. Natasja Oerlemans, wetenschappelijk medewerker Nicolaas G. Pierson Foundation
Drs. Karen Soeters, directeur Nicolaas G. Pierson Foundation en projectleider Meat the Truth
Melkveehoudersvakbond moet boerenverstand gebruiken. De film Meat the Truth is hard aangekomen bij de Nederlandse Melkveehouders Vakbond (NMV), en dat is begrijpelijk. De film laat de bijdrage zien van de veehouderij aan het klimaatprobleem en die bijdrage is aanzienlijk. Het zal grote inspanningen vergen van de sector om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. Dat is een harde waarheid voor een sector die steeds meer op kostprijs moet presteren. Wat echter minder goed te begrijpen valt; is dat een organisatie van belangenbehartigers zich probeert te verweren op basis van onjuiste argumenten.

Dat is niet in het belang van de melkveehouderij of van het aanzien van de agrarische sector. Het kan zelfs het maatschappelijk debat over de toekomst van de veehouderij schaden. De Nicolaas G. Pierson Foundation heeft een jaar gewerkt om het wetenschappelijke onderzoek van het Profetas project, de Vrije Universiteit, de Wereld Voedsel Organisatie, het World Watch Institute en tal van anderen in kaart te brengen en te vertalen in een publieksfilm.

In de film worden de toponderzoekers van genoemde instellingen zelf aan het woord gelaten, zodat geen enkele twijfel hoeft te bestaan over de correcte weergave van hun onderzoek. Hun conclusies zijn helder: de veehouderij zorgt wereldwijd voor 18% van de uitstoot van broeikasgassen, terwijl alle auto’s, vrachtwagens, schepen en vliegtuigen samen niet meer dan 13% van de uitstoot van broeikasgassen voor hun rekening nemen.

De ongenuanceerde reactie van de NMV als zou er sprake zijn van manipulatie van de feiten of cijfers, of zelfs van leugens, vraagt om een serieuze onderbouwing. Hoewel de NMV zegt te steunen op cijfers van Wageningse onderzoekers, geven deze onderzoekers zelf aan de conclusies van de NMV niet te kunnen onderbouwen. Reden is dat de beweringen zijn gebaseerd op onvolledige berekeningen en onjuiste vergelijkingen. Het lijkt er op dat de NMV niets meer dan een rookgordijn van niet gevalideerde cijfers heeft weten op te trekken. Te hooi en te gras geplukt uit onderzoeksrapporten met een geheel andere insteek, op een wijze die door een van de onderzoekers zelf wordt aangeduid met “het vergelijken van appels met peren”.

In grote lijnen komt de redenering van de NMV hierop neer: grasland en maïsland nemen CO2 op, koeien eten gras en maïs en dus zou er sprake zijn van een “gesloten kringloop”. Hoe geweldig dat ook zou zijn, de werkelijkheid is helaas een andere.

Voor elke kilo melk die de koe levert, produceert ze ook 1,4 kilo CO2 equivalenten. Dat zijn voornamelijk de broeikasgassen methaan en lachgas. Deze uitstoot draagt fors bij aan het broeikaseffect, met name omdat methaan 21 keer sterker is dan CO2 en lachgas maar liefst 310 keer. Een koe produceert op die wijze meer broeikasgassen dan een aantal auto’s bij elkaar. Het Centrum voor Landbouw en Milieu heeft zelfs becijferd dat een koe jaarlijks evenveel broeikasgassen uitstoot als 70.000 autokilometers. De methaan die via pensfermentatie (boeren en scheten) in de lucht komt, kan niet door bomen en planten worden vastgelegd, omdat de verbinding (CH4) te complex is. Het duurt 10 tot 12 jaar om methaan af te kunnen breken en om te zetten in CO2 dat wel door planten zou kunnen worden ‘gevangen’.

De NMV heeft in haar berekeningen deze complexe stoffencyclus niet meegenomen, net zo min als de uitstoot van broeikasgassen door het gebruik van krachtvoer, kunstmestgebruik, machines en koeling. Bovendien rekent de NMV vastlegging van CO2 op gras- en maïsland mee, terwijl deze korte cyclus door wetenschappers als weinig relevant wordt beschouwd. De korte gewascyclus van eenjarige gewassen of snijgewassen wordt daarom in onderzoek naar broeikasgas emissies vaak niet meegenomen.

Wanneer de CO2 binding door het gras wordt afgetrokken van de CO2 eq. uitstoot in de melkveehouderij, resteert de veehouderij nog altijd een aandeel van 54% van alle broeikasgasemissies in de agrarische sector. Dat stelt het RIVM, op zijn minst een betrouwbare bron. Per jaar wordt door de Nederlandse veehouderij een emissie van 8 megaton methaan en 8 megaton lachgas veroorzaakt. Het kabinet heeft zich ten doel gesteld deze uitstoot de komende jaar met de helft te verminderen. Dat is een fikse opgave.

Wanneer melkveehouders de waarheid niet langer zouden ontkennen, maar onder ogen durven zien, zouden ze samen met maatschappelijke partners kunnen werken aan een klimaatvriendelijkere bedrijfsvoering. Bijvoorbeeld door het gebruik van minder kunstmest, minder krachtvoer, een eigen energie-opwekking en vooral via het werken aan kwaliteitsproducten die een eerlijke prijs opleveren.

Nederland kan het niet volhouden de melkboer van Europa te willen zijn met marginale bulkproducten. Veehouders zouden hun agrarisch vakmanschap moeten inzetten voor de productie van minder en beter. Melk die minstens de prijs mag hebben van een chique fles mineraalwater. Kaas die milieu- en diervriendelijk geproduceerd wordt en waar een goede prijs voor wordt betaald.
Dierlijke producten zouden niet tegen de laagste prijs aangeboden moeten worden als massale exportwaar. De markt voor regionale kwaliteitsproducten is sterk groeiende. Dáár liggen dus kansen voor duurzame, diervriendelijke producten tegen een eerlijke boerenprijs. In die zin zouden boeren het nieuwe pleidooi voor een kwalitatieve landbouw waarin gezinsbedrijven een goede boterham kunnen verdienen moeten ondersteunen.

Als er al iemand bekritiseerd moet worden voor de problemen waarmee de agrarische sector zich geconfronteerd ziet en die individuele boerengezinnen soms tot wanhoop brengt, dan zouden dat de verantwoordelijken voor het huidige landbouwbeleid moeten zijn. In de afgelopen decennia is een veehouderij tot stand gebracht die niet alleen ons, maar ook toekomstige generaties confronteert met de uitwassen op ecologisch, sociaal en dierenwelzijnsgebied. De architecten van de bio-industrie en de grootschalige veehouderij zijn schuldig aan de problemen voor het agrarisch gezinsbedrijf. Meat the truth laat zien dat het ook anders kan.

Ir. Natasja Oerlemans, wetenschappelijk medewerker Nicolaas G. Pierson Foundation
Drs. Karen Soeters, directeur Nicolaas G. Pierson Foundation en projectleider Meat the Truth

Documentaire: Meat The Truth

De klimaatfilm Meat the Truth is het eerste grote project van de Nicolaas G. Pierson FoundationMeat the Truth is een spraakmakende documentaire, gepresenteerd door Marianne Thieme, die een aanvulling vormt op eerdere klimaatfilms. Hoewel deze films erin geslaagd zijn om de problematiek rondom de opwarming van de aarde overtuigend op de kaart te zetten, werd telkens één van de grootste oorzaken van de opwarming van de aarde buiten beschouwing gelaten, de veehouderij.

Meat the Truth brengt dit onder de aandacht door te laten zien dat wereldwijd de veehouderij meer broeikasgassen uitstoot dan alle auto´s, vrachtwagens, treinen, boten en vliegtuigen samen.

Er is gekozen om de best beschikbare wetenschappelijke informatie van dit moment over klimaatverandering en de veehouderij te bundelen en via een film te vertalen naar een groot publiek. De film werd geproduceerd door Claudine Everaert en Gertjan Zwanikken. De berekeningen zijn afkomstig van en gevalideerd door de Wereld voedselorganisatie (FAO), het World Watch Institute, het Instituut voor Milieuvraagstukken van de Vrije Universiteit van Amsterdam en tal van andere gezaghebbende bronnen.

Bekende Nederlanders zoals Anthonie Kamerling, Georgina Verbaan, Henk Schiffmacher, Yvonne Kroonenberg, Karen van Holst Pellekaan, Wim.T.Schippers en Dolf Jansen werkten mee aan de totstandkoming van de Nederlandstalige versie van de documentaire die door de wetenschapsredactie van NRC beoordeeld werd als beter dan An Inconvenient Truth van Al Gore.

Aan de internationale versie hebben diverse internationale beroemdheden hun medewerking verleend waaronder Pamela Anderson, Bill Maher, Emily Deschanel, Tony Denison, James Cromwell, Elaine Hendrix, Kate Flannery, Debra Wilson Skelton, Joy Lauren en Esai Morales.

Met beide versie van de film hoopt de Nicolaas G.Pierson Foundation een bijdrage te leveren aan een maatschappelijke discussie over een meer plantaardige en dus ook diervriendelijker samenleving. Tevens beoogt de stichting met de film een etalage te vormen voor belangwekkende wetenschappelijke rapporten over veehouderij en klimaat, die voor het grote publiek te ontoegankelijk zijn gebleken.

De Nederlandstalige versie van Meat the Truth is op 10 december 2007 in première gegaan in Tuschinski in Amsterdam. Op 19 mei 2008 is de internationale versie van Meat the Truth in première gegaan bij Odeon West End Cinema op Leicester Square, Londen.

De Nederlandse versie van Meat the Truth is nu te koop op DVD. Klik hier voor meer informatie.