Nieuws

Animatie: A Viral Spiral





Voor velen lijkt klimaatverandering een probleem van de verre toekomst. Zonder dreiging van directe impact leven we zoals we dat altijd gewend waren. Maar klimaatverandering is, net als het verlies van biodiversiteit en de huidige pandemie, het resultaat van onze verstoorde omgang met de natuur. Corona is een wake-up call en schopt het leven van miljarden mensen drastisch in de war.

Alle aandacht gaat naar het oplossen van het huidige probleem: het indammen van het SARS-CoV-2 virus. We moeten afstand houden, onze handen wassen en in onze ellebogen niezen. Wetenschappers hebben wereldwijd ongekend hard gewerkt aan het ontwikkelen van vaccins. Maar voorkomen is beter dan genezen. Daarvoor moeten we kijken naar hoe ziekteverwekkers zich verspreiden.

Zoönosen
Het SARS-CoV-2 virus is een zoönose, een infectieziekte die kan overgaan van dieren op mensen.
Andere voorbeelden van zoönosen zijn SARS, MERS, ebola, aids, Nipah, zika, de ziekte van Lyme, Q-koorts, toxoplasmose, salmonellose, varkensgriep en vogelgriep.
Niet alle zoönosen worden veroorzaakt door een virus. Het kan ook gaan om een bacterie, zoals in het geval van salmonellose, of Lyme. Of om parasitaire eencelligen, zoals bij toxoplasmose, de algemeen voorkomende ziekte die onder andere kan worden overgedragen via kattenontlasting. Het kan ook gaan om schimmels, wormen of prionen. Een prion is een infectieus eiwit dat bijvoorbeeld kan leiden tot de ziekte van Creutzfeldt-Jakob variant, die gerelateerd is aan de gekkekoeienziekte.
Mensen en dieren kunnen op verschillende manieren besmet raken met zoönosen. Via voedsel of water of lucht, en via direct contact met besmette dieren of besmet dierlijk materiaal zoals mest. Indirecte besmetting kan ook lopen via muggen, vliegen of teken die als vector (transporteur) voor de ziekteverwekker fungeren.

In 60% van de bestaande infectieziekten en 75% van de nieuw opkomende infectieziekten is sprake van een zoönose.

In vrijwel 100% van de pandemieën is sprake van een zoönose. Een fraai visueel vormgegeven overzicht van pandemieën door eeuwen heen is hier te vinden.

Klein deel van de biomassa, grote impact
We hebben hele leefgebieden vernietigd, soorten tot uitsterven gebracht en sinds 1970 is 60% van de populatie wilde dieren door menselijk handelen verloren gegaan. (Lees meer over dit rapport in een artikel van The Guardian).
Om dat in perspectief te zetten: planten representeren 82% van al het leven op Aarde, bacteriën beslaan 13% en al het andere leven is de overige 5%. Mensen vormen slechts 0,01% van de biomassa op Aarde, zo becijferden wetenschappers van het Weizmann Institute of Science in Israel. Maar met die 0,01% hebben we al meer dan 80% van alle wilde zoogdieren vernietigd.
Het vernietigen van wilde leefgebieden voor landbouw, houtkap en ontwikkeling heeft geleid tot wat wetenschappers wel de 6e uitstervingsgolf in de geschiedenis noemen.
Terwijl meer dan de helft van de dieren in het wild zijn verdwenen, is de afgelopen eeuw het aantal nieuwe infectieziektes dat per jaar opduikt juist verviervoudigd.
Het resultaat van decennia ontbossing en het verlies van biodiversiteit dat daarmee gepaard gaat.
Terwijl wilde soorten uitsterven, bestaat inmiddels 60% van alle zoogdieren op Aarde uit vee, 36% zijn mensen en 4% wilde dieren.

Waarschuwingen
Wetenschappers waarschuwen al jaren voor het groeiende gevaar van zoönosen.
Toen het AD aan viroloog Ron Fouchier vroeg of hij verbaasd was over de coronapandemie antwoordde hij: ,,Nee. We weten nooit exact welk virus het volgende is dat op ons af gaat komen. Maar dat er een pandemie aankwam, was geen verrassing. Met onze manier van leven, bijvoorbeeld hoe we omgaan met dieren, is het onvermijdelijk dat dit soort virussen zich wereldwijd verspreiden.”
Een kleine greep uit de organisaties die hebben gewezen op de risico´s en gevolgen van opkomende (zoönotische) infectieziekten:
In 2004 bundelden de WHO, FAO en de OIE de krachten en publiceerden zij in samenwerking met de Nederlandse Gezondheidsraad een rapport dat risico’s op het opkomen van zoönosen beschrijft. Daarin wijst men erop dat er al sinds de vroege jaren ’90 rapporten verschijnen die waarschuwen dat de gevaren van nieuwe infectieziekten niet uit het oog verloren mogen worden, zoals werd aangetoond door de aids-epidemie.
De Wereldgezondheidsorganisatie WHO waarschuwde in 2007 dat infectieziekten zich sneller verspreiden dan ooit.
De Wereldbank onderzoekt al jaren het risico op pandemieën en de grote ontwrichtende werking die deze kunnen hebben op maatschappijen en economieën, zoals dit in rapport uit 2013.

Oorzaken
Bepaalde menselijke activiteiten vergroten de kans dat zoönosen de kop opsteken en zich verspreiden. UNEP, het Milieuprogramma van de Verenigde Naties, noemt een aantal risico-factoren, die vaak met elkaar samenhangen en op elkaar inwerken:

  • Ontbossing en andere veranderingen in landgebruik
  • Verlies en fragmentatie van leefgebied voor wilde dieren
  • Illegale en slecht gereguleerde handel in wilde dieren
  • Antibioticaresistentie
  • Intensivering van landbouw en veeteelt
  • Klimaatverandering
  • Vervuiling
  • Invasieve soorten die microben meenemen naar nieuwe leefgebieden
  • Internationaal vervoer en handel

Een gemene deler in veel van deze factoren is dat zij leiden tot of bijdragen aan een verandering in de biodiversiteit en een verstoring van de balans in ecosystemen. En dat kan grote gevolgen hebben. “Ecosystemen zijn zeer gevoelig voor verstoringen, en wij zijn zeer gevoelig voor virussen”, is de kernachtige samenvatting door hoogleraar Wim van de Poel van de Universiteit van Wageningen tegenover EenVandaag.

De groeiende wereldbevolking en snelle toename in consumptie hebben een grote invloed op onze planeet.
We vernielen bossen om ruimte te maken voor landbouwgrond om veevoer op te verbouwen, of te gebruiken als weidegrond voor koeien, voor mijnbouw, of woongebied voor mensen.

Het leefgebied voor de dieren wordt steeds kleiner. Zo verschraalt de biodiversiteit, en neemt het risico op de verspreiding van ziekteverwekkers sterk toe. Omdat mensen steeds meer ruimte innemen en de leefgebieden van dieren krimpen, komen dieren steeds dichterbij ons leefgebied. Meer contact tussen wilde dieren, vee en mensen maakt het voor ziekteverwekkers makkelijk om over te springen naar mensen en te muteren.

Het verwijderen van slechts één soort uit een ecosysteem kan al een significante invloed hebben op de verspreiding van een ziekte, omdat daarmee de hele voedselketen verstoord wordt.
Als de bijvoorbeeld hoeveelheid wolven en andere roofdieren afneemt, heeft dat invloed op de hoeveelheid knaagdieren en herten. De teken die op deze dieren wonen en die drager kunnen zijn van de Lyme bacterie, krijgen meer kans. Onderzoeker Richard Ostfeld licht in dit artikel toe hoe dat werkt.

In plaats van voedselketen wordt ook wel gesproken over levensweb of voedselweb, omdat voedselketens in een ecosysteem met elkaar verbonden zijn en schakels gemeenschappelijk hebben. Dit concept word op speelse wijze uitgelegd in deze animatie, waaraan is meegewerkt door Harvard Medical school en het Buckminster Fuller Institute.

De risico’s die we nemen door het verstoren van ecosystemen zijn groot, want er bestaan in het wild nog talloze dierziekten die een epidemie, of zelfs een pandemie, kunnen veroorzaken, als er maar eentje overspringt naar mensen.

H5N1 is een vogelgriep, waarmee ook wel eens mensen besmet raken, wanneer zij in direct contact komen met zieke of dode vogels. De besmetting verloopt niet makkelijk en dat is maar goed ook, want indien mensen wel besmet raken, worden ze erg ziek en kan het sterftecijfer hoog oplopen. Als zo´n gevaarlijk virus zou muteren en veel makkelijker overgedragen zou kunnen worden van mens tot mens, zijn de gevolgen niet te overzien.
Varkensgriep H1N1 veroorzaakte in 2009 een pandemie.
Van H9N2 vogelgriep zijn sinds 1998 75 menselijke besmettingen aangetoond door laboratoriumtests, waarvan de laatste 13 in 2020.
H5N8 is de meest recente vogelgriep die zijn weg naar de mens wist te vinden, in Rusland raakten zeven werknemers van een kippenfabriek besmet.
Aan de vogelgriep H7N7 overleed in Nederland een dierenarts toen er in 2003 een uitbraak van dit hoogpathogene virus plaatsvond onder pluimvee.

De handel in wilde dieren vormt de perfecte kans voor ziekteverwekkers om zich te verspreiden. Levende dieren en dierlijke producten, in de vorm van bijvoorbeeld huisdieren, voedsel en medicijnen, komen in nauw contact met elkaar en met mensen door middel van nationale en internationale handel. Dat maakt het overspringen van pathogenen tussen diersoorten en naar mensen makkelijker. Lees hierover meer in dit rapport van de Verenigde Naties, of deze publicatie van het WNF.

Het overspringen van dierziekten op mensen wordt ook makkelijker door bijvoorbeeld antibioticaresistentie, intensivering van landbouw en veeteelt, klimaatverandering, invasieve soorten en internationale handel en vervoer.
Bij dieren in de vee-industrie neemt antibioticaresistentie toe en daarmee groeit ook het gevaar dat infectieziekten zich verspreiden, zowel onder dieren als onder mensen.  De Wereldgezondheidsorganisatie WHO waarschuwt in een rapport uit 2019 dat, indien we geen actie ondernemen, er in 2050 per jaar 10 miljoen doden kunnen vallen door ziekten waartegen medicijnen niet meer werken.
Klimaatverandering heeft invloed op patronen van neerslag, temperatuur, zonneschijn, wind en vochtigheid en kan daarmee leiden tot verstoring van ecosystemen. Het vermeerderen en verspreiden van ziekteverwekkers en hun dragers kan daardoor makkelijker worden. De leefomstandigheden voor bijvoorbeeld muggen worden door klimaatverandering op bepaalde plekken gunstiger en zo kunnen ziektes als malaria en dengue verspreid worden naar gebieden waar ze eerder niet voorkwamen.
Buiten internationale handel in dieren en dierlijke producten, maakt ook het toegenomen reisgedrag van mensen het makkelijker om een infectieziekte te verspreiden, zoals de coronacrisis pijnlijk duidelijk heeft gemaakt.

Al in 2018 vertelde de inmiddels zeer bekende virologe Marion Koopmans van het Erasmus MC in een college voor de Universiteit van Nederland dat pandemieën vaker gaan voorkomen en welke factoren daaraan ten grondslag liggen. Zij wijst erop dat deze gevaren zich niet alleen voordoen in verre, exotische oorden, maar dat Nederland ook hoog scoort op de voorwaarden die bijdragen aan infectieverspreiding. Dat heeft alles te maken met hoe dichtbevolkt ons land is, zowel met mensen als qua vee.
Ditzelfde geluid horen we van andere wetenschappers.
Viroloog Ron Fouchier beaamt in een interview met het AD dat de Nederlandse intensieve veehouderij een potentieel gevaar vormt: “Absoluut. Nederland is vol met gastheren die een virus over kunnen dragen.”
De Correspondent interviewde Thijs Kuiken over vogelgriep. De hoogleraar virologie noemt de manier waarop in Nederland pluimvee gehouden wordt, heel veel dieren die heel dicht op elkaar zitten, een duidelijk risico voor het ontstaan en de verspreiding van hoog-pathogene vogelgriep.

Toekomst
Zonder ingrijpende maatregelen zullen we vaker geconfronteerd worden met pandemieën, zullen deze zich sneller verspreiden, meer economische schade aanrichten en er zullen meer mensen aan sterven dan aan Covid-19, zo waarschuwt een groep internationale wetenschappers in een rapport van het Intergovernmental Science-Policy Platform on Biodiversity and Ecosystem Services (IPBES) van de Verenigde Naties.
Zij wijzen erop dat dezelfde menselijke activiteiten die klimaatverandering en verlies van biodiversiteit veroorzaken, ook het risico op het ontstaan van pandemieën vergroten. Het gevaar bestaat van een `Era of Pandemics`, waaraan we kunnen ontsnappen door een veel grotere focus te leggen op preventie.

Het verkleinen van het risico op pandemieën bestaat onder andere uit:
– Het beschermen van leefgebieden die nog ongeschonden zijn door de ontbossing drastisch te verminderen.
– Het verbieden van handel in wilde dieren. Deze handel is niet alleen wreed, maar ook een groot risico voor de menselijke gezondheid.
– En vooral: minder consumptie van vlees en andere dierlijke producten.

Door nu in actie te komen, beschermen we toekomstige generaties. Er is een wereld te winnen!

© 2021 Nicolaas G. Pierson Foundation